Wet verplichte ggz

31606247_s

Ruim 40 procent van de Nederlanders heeft ooit psychische klachten gehad. Meestal ga je zelf op zoek naar passende zorg en geef je toestemming voor je behandeling. Maar soms mag een behandelaar je ook onder dwang behandelen. Dit kan als er door je psychiatrische ziekte sprake is van gevaar voor jezelf of voor de omgeving. Dit heet verplichte zorg. Het kan bijvoorbeeld zijn dat je medicatie moet gebruiken, mee moet doen aan een behandeling of op een bepaalde manier in je vrijheden wordt beperkt. Om dit allemaal goed te regelen gaat op 1 januari 2020 de Wet Verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) in, deze vervangt de huidige Wet Bopz. 
(Daarnaast is er ook de Wet zorg en dwang: deze regelt de rechten van mensen met een verstandelijke beperking en mensen met een psychogeriatrische aandoening (zoals dementie) die onvrijwillige zorg of een onvrijwillige opname krijgen. Ook deze gaat in op 1 januari 2020 en vervangt de huidige Bopz. 
Deze pagina gaat alleen over de Wvggz, dus niet over de Wet zorg en dwang.)
 
De Wet Verplichte ggz spreekt een andere taal dan de Bopz. De belangrijkste twee zijn de  termen ‘crisismaatregel’  en ‘zorgmachtiging’. De burgemeester legt onder de Wvggz een crisismaatregel op. Dit houdt in dat je per direct gedwongen kan worden om psychiatrische zorg te ondergaan. Dit heet nu nog een IBS. De rechter legt onder de Wvggz een zorgmachtiging op, waarmee je in je vrijheid kan worden beperkt en je verplicht psychiatrische zorg ondergaat. In deze machtiging staat welke vormen van zorg verplicht zijn en waar je de zorg krijgt. Dit heet nu nog een rechtelijke machtiging. (patiëntenfolders hierover zijn nog in ontwikkeling).
 
Maar er zijn nog meer veranderingen. Een belangrijke verandering is dat verplichte zorg straks ook buiten een ggz-instelling opgelegd kan worden, dus in de thuissituatie. Aan de signalen van de familie wordt bovendien meer gewicht toegekend. Ook de rol van de gemeente verandert door de komst van deze wet. Op deze pagina lees je de belangrijkste veranderingen in de Wvggz én kun je ondersteunende documenten vinden. Om je een wat beter beeld te geven bij de wet beginnen we met de uitgangspunten van de wet.
 
Uitgangspunten van de wet
Verplichte zorg is voor iedereen heel ingrijpend. De wet heeft daarom als uitgangspunt dat dwang zoveel mogelijk moet worden voorkomen. Dit betekent dat er altijd eerst goed moet worden gekeken naar de mogelijkheid om vrijwillige zorg te bieden. Als het niet anders kan dan de zorg te verplichten, moet de duur daarvan zoveel mogelijk beperkt worden.
Verplichte zorg moet voldoen aan de eisen van subsidiariteit (ofwel: er is geen minder ingrijpende manier, de minst ingrijpende interventie moet worden gekozen), proportionaliteit (ofwel: de maatregel staat in gezonde verhouding tot het veroorzaakte gevaar) en doelmatigheid (ofwel: de maatregel moet effectief zijn). Dit was onder de Bopz ook het geval, maar het krijgt in de Wvggz een sterkere borging.

Je kunt als cliënt meer invloed hebben tijdens de hele periode van verplichte zorg. Hulpverleners moeten regelmatig met de cliënt overleggen en de zorg samen evalueren. De cliënt heeft het recht om aan te geven welke zorg en behandeling zijn voorkeur heeft. Hulpverleners moeten hier zo veel mogelijk aan voldoen, tenzij de wensen van de cliënt in strijd zijn met goed hulpverlenerschap. Een aantal instrumenten die hiervoor zijn opgenomen in de wet om duidelijk je voorkeuren kenbaar te maken zijn: een zorgkaart, eigen plan van aanpak (zie link onderaan) en een zelfbindingsverklaring.
Tijdens de verplichte zorg moet er steeds aandacht zijn voor de maatschappelijke situatie. Het mee kunnen doen in de maatschappij of alvast voorbereid worden om na de behandeling weer een maatschappelijk leven op te bouwen wordt dus met de Wvggz meer een onderdeel van de behandeling dan onder de Bopz. 

Ambulante verplichte zorg
Onder de huidige wet (Bopz) is gedwongen zorg alleen mogelijk in een instelling met Bopz-aanmerking. Daardoor kan een gedwongen opname noodzakelijk zijn om iemand gedwongen te behandelen.In de Wet verplichte ggz staat dat verplichte zorg ook door iemand buiten een instelling kan worden gegeven, bijvoorbeeld aan huis of in een polikliniek. In de wet zijn in principe alle vormen van verplichte zorg mogelijk in de thuissituatie, de wet sluit niets uit. Maar dat de wet geen vormen uitsluit, betekent niet dat in de praktijk ook alle vormen worden toegepast. Momenteel is een handreiking van NVvP in ontwikkeling over wat in de meeste gevallen wenselijk is aan verplichte zorg thuis. MIND denkt hierin actief mee. Zodra de handreiking af is, zullen we deze hier plaatsen op de website.
 
Rol van de gemeente: verkennend onderzoek
De Wvggz bepaalt dat iedereen de mogelijkheid krijgt om bij de gemeente een melding te doen als hij van mening is dat iemand (verplichte) psychische zorg nodig heeft. De gemeente moet die melding onderzoeken (verkennend onderzoek) en eventueel de route naar een ‘zorgmachtiging’ in gang zetten. 

Uit het verkennend onderzoek moet blijken of er zorg nodig is. Als er zorg nodig blijkt te zijn, moet uit het gesprek met de cliënt blijken of hij bereid is tot vrijwillige zorg. Als iemand openstaat voor vrijwillige zorg wordt het verkennend onderzoek afgesloten. Een professional met ggz-expertise zal dit gesprek voeren. Wanneer blijkt dat vrijwillige zorg geen oplossing is, moet het proces naar een zorgmachtiging worden opgestart. Als de gemeente denkt dat er een noodzaak tot verplichte zorg is, wordt het verkennend onderzoek afgerond. Vervolgens wordt de voorbereiding voor een zorgmachtiging opgestart. Dit leidt niet automatisch tot een daadwerkelijke zorgmachtiging. De rechter moet immers nog een uitspraak doen. Daarnaast kan uiteraard ook een uitkomst zijn dat er helemaal geen zorg nodig is.
Ook hier moet het uitgangspunt van 'ultimum remedium' overeind blijven: verplichte zorg mag alléén worden gegeven als er géén andere mogelijkheden meer zijn. Wat kan en wil de betrokkene zelf? Wat kan zijn omgeving betekenen?
 
Rol van familie: meer gewicht aan de signalen van familie
Familieleden en andere directbetrokkenen krijgen straks meer inspraak bij de beslissing of verplichte zorg nodig is. Vertegenwoordigers van de betrokkenen of essentiële naasten in de zin van de wet kunnen gebruik maken van hun recht om een aanvraag voor de voorbereiding van een zorgmachtiging door te laten zetten naar het OM (Openbaar MInisterie). Bovendien kunnen zij in beroep gaan tegen het niet tijdig indienen van een aanvraag bij de officier van justitie. Familievertrouwenspersonen kunnen advies en bijstand geven aan familieleden en andere directbetrokkenen van vrijwillig en verplicht opgenomen cliënten.
 
Eigen plan van aanpak
Wanneer er een zorgmachtiging voor je in voorbereiding is, heb meestal de mogelijkheid om een eigen plan van aanpak te schrijven waarin je afspraken maakt om deze verplichte zorg alsnog te voorkomen. De wet stelt dat je daarvoor moet samenwerken met familie, vrienden of andere naasten, maar het is verstandig om ook anderen te betrekken die je kunnen helpen, zoals de psychiater en maatschappelijk hulpverleners. Het is ook verstandig om zo veel mogelijk problemen die je ondervindt, op alle levensgebieden, bij het plan te betrekken. Uiteindelijk beoordeelt de geneesheer-directeur of het plan volstaat om verplichte zorg te voorkomen.
 
MIND heeft een handreiking ontwikkeld voor mensen die een plan van aanpak willen maken. Op dit moment testen twee zorgaanbieders deze handreiking in de praktijk uit. Op basis van de bevindingen zullen we de handreiking aanpassen. Als jezelf feedback wilt geven, kan dat uiteraard ook. 


Ondersteunende middelen (nog in ontwikkeling)

In de loop van dit jaar worden enkele informatie- en discussiebijeenkomsten over de Wvggz georganiseerd door MIND, te weten op 15 mei, 24 juni en 23 september. Meer info en aanmelden via deze link.

Enkele documenten naar aanleiding van de bijeenkomst op 23 september:


Deze pagina wordt in de loop van 2019 verder aangevuld. In geval van vragen kun je terecht bij Lotte Kits: Lotte.FransKits@wijzijnmind.nl. 
 

Meer thema's