Wet verplichte ggz: voorkomen van dwang lost administratieve last op

2008_106_247916755_hamer_met-juridische-weegschaal_610x410 (1)

Op 8 juni staat de Wet verplichte ggz (Wvggz) geagendeerd tijdens het Algemeen Overleg van de Tweede Kamer. Een van de gesprekspunten is de verhoogde administratieve last. MIND pleit ervoor de rechtsbescherming van de cliënt voorop te stellen en de lasten te verminderen door zoveel mogelijk dwang in de zorg te voorkomen.

Rechtsbescherming van cliënt voorop

MIND zet zich al jaren in voor het belang van cliënten en naasten als het om deze wet gaat. De wet, die op 1 januari 2020 in werking trad, kan op een aantal moment worden aangepast: direct noodzakelijke aanpassingen door middel van een spoedwet voor deze zomer, via een reparatiewet eind 2020 en na twee jaar aan de hand van de evaluatie van de wet. Op dit moment kan de Tweede Kamer reageren op het spoedwetsvoorstel.

MIND pleit in haar kamerbrief de rechtsbescherming van de cliënt voorop te stellen. Administratieve handelingen dienen ondersteunend te zijn aan de wetgeving. Bij het terugdringen van administratieve lasten moeten de zorgvuldigheid van de besluitvorming, de onafhankelijkheid van de rechtspraak én de rechtsbescherming van betrokkene gewaarborgd blijven. Dé manier om de administratieve last te verlichten, is maximaal in te zetten op het terugdringen van gedwongen zorg en op herstel van de samenwerking met betrokkene. Dit is immers een van de doelstellingen van de nieuwe wet.
 

Implementatie nog niet ver genoeg

Eind mei ontving MIND het bericht dat het programmabureau voor de Wvggz een doorstart krijgt omdat uit onderzoek blijkt dat de implementatie van de wet nog niet voltooid is. MIND onderschrijft deze beslissing van Staatssecretaris Blokhuis: er is op dit moment nog onvoldoende zicht op de ervaringen met de Wvggz en de uitwerking in de praktijk. In de komende periode moet zoveel mogelijk worden gekeken naar verdere verbeteringen in de uitvoering. Hieraan kunnen ervaringsdeskundigen (cliënten en naasten) een waardevolle bijdrage leveren. MIND pleit er bij de Kamerleden voor om in de nieuwe opzet van het programmabureau meer ruimte in te bouwen voor beleids- en procesevaluatie vanuit het perspectief van cliënt en naaste.
 
Lees de hele kamerbrief van MIND.

Meer nieuws