Interview SAS-project

In de spotlight: Systematische Aanpak Suïcidepreventie in de ggz (SAS)

Binnen MIND houdt de afdeling KIO (Kennis, Innovatie en Onderzoek) zich bezig met een grote diversiteit aan projecten en samenwerkingen in programma’s. Elke maand zetten we een project in de spotlights via een interview met de projectleider. Deze maand zijn dat Marjolein Veerbeek (113), Rita van Maurik (Stichting Suïcide Preventie Centrum / Hestia Abc) en Monique van den Eijnden (MIND); zij vertellen over het project SAS GGZ.

Wat houdt het project SAS GGZ in?
Marjolein: “Het project heet voluit ‘Systematische Aanpak Suïcidepreventie in de ggz’, maar omdat dat zo’n mondvol is, korten we het meestal af tot SAS GGZ. De projectgroep wordt gevormd door 113, MIND, Stichting Suïcide Preventie Centrum, Aurora, de Nederlandse ggz en adviesbureau EHdK. Met elkaar ondersteunen we vijf ggz-instellingen (Arkin, GGZ Rivierduinen, GGZ Eindhoven, GGZ Oost-Brabant en Pro Persona) om in hun organisatie zoveel mogelijk onderdelen uit de Richtlijn Suïcidaliteit te implementeren. Het doel is uiteraard dat cliënten met suïcidaliteit en hun naasten zo goed mogelijke zorg krijgen. We focussen vooral op 5 pijlers: signalering, diagnostiek, behandeling, samenwerken met naasten, inzet van ervaringsdeskundigheid en goede verslaglegging. Op langere termijn hopen we dat dit ook bijdraagt aan het verminderen van het aantal suïcides en suïcidepogingen onder cliënten in de ggz.”
Rita vult aan: “Aurora en Stichting Suïcide Preventie Centrum zijn portefeuillehouders van twee belangrijke thema’s: samenwerken met naasten en ervaringsdeskundigheid. De vijf deelnemende instellingen hebben een Plan van Aanpak opgesteld waarin zij beschrijven hoe zij binnen dit project en met welke middelen suïcidepreventie in hun instellingen willen implementeren. Samen vormen ze een lerend netwerk. Ieder met hun eigen cultuur en eigen insteek om meer aandacht te genereren voor het onderwerp Suïcidepreventie in de organisatie en de uitwerking van de vijf pijlers.”
Monique: “De lessen die we leren binnen deze vijf ggz-instellingen en de tools die we daarbij ontwikkelen delen we met ggz-instellingen die niet aan SAS GGZ meedoen, bijvoorbeeld via webinars en de website www.samenmindersuicide.nl/sasggz. Daarnaast wordt er ook wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd om inzicht te krijgen of het op zo’n integrale wijze aan de slag gaan met suïcidepreventie binnen ggz-instellingen inderdaad leidt tot betere kwaliteit van zorg voor cliënten met suïcidaliteit, en wat bevorderende en belemmerende factoren zijn bij de implementatie.”

Waarom is dit project zo belangrijk? 
“Van de mensen die jaarlijks overlijden door suïcide weten we dat zo’n 40% daarvan op dat moment in zorg was bij de ggz”, vertelt Marjolein. “Uit eerder onderzoek in de UK weten we dat in ggz-instellingen waar meer maatregelen uit de richtlijn worden toegepast, er minder cliënten overlijden door suïcide. En ook heeft eerder onderzoek in Nederland laten zien dat er veel verschil is tussen ggz-instellingen in de mate waarin er volgens de richtlijn suïcidaliteit gewerkt wordt. Deze zaken zijn aanleiding geweest om dit project te starten op de manier die hierboven beschreven is.”
Rita: “We werken in dit project, zoals de naam al aangeeft, aan een systematische aanpak op het gebied van suïcidepreventie. Naast het verbeteren van zorg voor patiënten met suïcidaliteit en hun naasten streven we ook naar het vergroten van de handelingsbekwaamheid en het zelfvertrouwen bij professionals in het omgaan met suïcidaliteit bij patiënten.”
Monique: “De projectgroep is een samenwerkingsverband tussen 113, cliënten- en naastenorganisaties, de Nederlandse ggz en een veranderkundig bureau. Je merkt dat we onze krachten kunnen bundelen om de zorg vooruit te helpen.”

Kun je een aansprekend voorbeeld geven van iets bijzonders dat je meemaakte binnen het project?
Rita: “Ik moet gelijk denken aan GGZ Oost-Brabant, waar we recent vier workshops hebben gegeven aan een gemengde groep professionals van de acute zorg. Het was mooi om te horen hoe zij onderling met elkaar in discussie gingen, naar elkaar luisterden. Van een van de deelnemers hebben we de uitnodiging gekregen om een klinische les te verzorgen voor hun team.”
Marjolein: “De vijf deelnemende instellingen komen gedurende het project regelmatig online en fysiek bijeen. Een van de eerste bijeenkomsten werd de deelnemers gevraagd om twee speciaal voor dit project ontwikkelde tools in te vullen. Het ‘routespel’ en de ‘sterrenkaarten’. Het doel van de het routespel is om de best mogelijke route richting een top suïcidepreventie organisatie te leggen. Dit doe je door te beslissen welke hulpmiddelen je wel of niet gebruikt en in welke volgorde je deze inzet om het doel te bereiken. De route is afhankelijk van de context binnen de organisatie. De sterrenkaarten zijn een middel om op dertien thema’s rondom suïcidepreventie in beeld te brengen hoe de organisatie scoort en aan de hand daarvan het gesprek te voeren over waar je als organisatie, locatie, afdeling of team staat op het gebied van suïcidepreventie. Per onderdeel worden er acht stellingen gegeven over de mate waarin het thema is geborgd. In totaal zijn er per thema steeds vijf sterren te behalen. Aan het eind van de bijeenkomst verzuchtten een geneesheer-directeur en directeur behandelzaken die aanwezig waren ‘dit is precies wat we nodig hadden om ons op weg te helpen’.”     

Wat vind je het leukst aan je werk in het algemeen en aan dit project in het bijzonder?
Monique: “Ik vind het mooi om met verschillend partijen en ieder hun eigen expertise te kunnen werken aan het versterken van de zorg en om te helpen met passende ondersteuning, zowel voor de zorgprofessionals als voor cliënten en naasten. Voor mij als MIND-medewerker bouw ik voort op de ervaringskennis van onze leden en vrijwilligers.
Marjolein: “Werken bij 113 is heel bijzonder en waardevol. De missie van 113, ‘een land waar niemand eenzaam en radeloos sterft door zelfdoding’ is heel krachtig en iedereen bij 113 zet zich daar met hart en ziel voor in. Maar uiteraard kan 113 dit niet in haar eentje bereiken. Suïcidepreventie vindt vooral op heel veel andere plekken in de samenleving plaats, waaronder de ggz. Dat we er met dit project aan bijdragen dat hulpverleners in de ggz zich minder onmachtig voelen en cliënten met suïcidaliteit en hun naasten zo goed mogelijke zorg krijgen is dan ook heel waardevol.”
Rita: “Wat mij het meest aanspreekt in mijn werk is dat ik met mijn kennis en ervaringsdeskundigheid als naaste in de ggz professionals inzicht weet te geven. Het is mooi om te zien hoe ze zich bewust worden van de positieve bijdrage die samenwerken met naasten geeft aan het behandeltraject en die daardoor kan bijdragen aan een (eventueel)herstel van de cliënt. Dat de twee thema’s ‘naasten’ en ‘ervaringsdeskundigheid’ afzonderlijk zijn geagendeerd in het project SAS GGZ, kunnen wij hier extra aandacht voor genereren. Een mooi resultaat is dat er een factsheet Naasten is gemaakt (SAS-GGZ Factsheet 'werken met naasten' (1).pdf) en een factsheet Ervaringsdeskundigheid (SAS-GGZ Factsheet 'Ervaringsdeskundigheid'), beide met zes aandachtspunten. Deze geven een impuls aan verbetering van de kwaliteit van ondersteuning van en samenwerken met naasten.”

Wat wil je tot slot nog kwijt over dit project?
Marjolein: “Het project wordt uitgevoerd binnen de derde Landelijke Agenda Suïcidepreventie 2021-2025 en dit project vindt de laatste twee jaar van deze Agenda plaats. In de eerste helft van deze Landelijke Agenda hebben de deelnemende organisaties allemaal een eigen ggz-project uitgevoerd. 113 ontwikkelde een Toolkit Suïcidepreventie voor ggz-professionals, de Nederlandse ggz initieerde de ontwikkeling van een leergang Suïcidepreventie voor bestuurders en directeuren in de ggz, MIND en Suïcide Preventie Centrum schreven een adviesnota Ervaringsdeskundigheid bij suïcidaliteit (Antwan Wiersma van Stichting Aurora en Rita van Maurik). En MIND, Ypsilon en Aurora maakten een handreiking Samenwerken met naasten bij suïcidaliteit voor ggz-professionals. Ik vind het heel mooi dat we voor de implementatie hiervan binnen de ggz de krachten hebben gebundeld, omdat ik er van overtuigd ben dat het in samenhang aanbieden van al deze zaken meer impact heeft dan los van elkaar.”
Monique: “Eind dit jaar loopt het project in zijn huidige vorm af. We weten dat het daarna nog niet ‘af’ is. Suïcidepreventie is een kwestie van lange adem en daar ben je dus niet in twee jaar mee klaar. Maar ik denk wel dat er belangrijke stappen zijn gezet waar na afloop van dit project mee verder kan worden gegaan.”

Meer informatie vind je op: www.samenmindersuicide.nl/sasggz

sas3